toekomen
Wygląd
toekomen (język niderlandzki)
[edytuj]- wymowa:
- ⓘ
- znaczenia:
czasownik mocny, rozdzielnie złożony
- (1.1) należeć, mieć prawo do czegoś, należeć się
- (1.2) ofic. przesyłać, przekazywać dalej (z doen lub laten)
- (1.3) (Belgia) przychodzić
- odmiana:
- (1.1-3) toekomen (komt toe), kwam toe, is toegekomen
deelwoord onvoltooid toekomend voltooid toegekomen indicatief persoon onvoltooid voltooid tegenwoordige tijd ik kom toe ben toegekomen jij (je) komt toe bent toegekomen u komt toe bent toegekomen gij (ge) komt toe bent toegekomen hij
zij (ze)
hetkomt toe is toegekomen wij (we) komen toe zijn toegekomen jullie zij (ze) verleden tijd ik kwam toe was toegekomen jij (je) u gij (ge) kwamt toe waart toegekomen hij
zij (ze)
hetkwam toe was toegekomen wij (we) kwamen toe waren toegekomen jullie zij (ze) tegenwoordige
toekomende tijdik zal toekomen zal toegekomen zijn jij (je) zal toekomen
zult toekomenzal toegekomen zijn
zult toegekomen zijnu zal toekomen
zult toekomenzal toegekomen zijn
zult toegekomen zijngij (ge) zult toekomen zult toegekomen zijn hij
zij (ze)
hetzal toekomen zal toegekomen zijn wij (we) zullen toekomen zullen toegekomen zijn jullie zij (ze) verleden
toekomende tijdik zou toekomen zou toegekomen zijn jij (je) zou toekomen
zult toekomenzou toegekomen zijn u zou toekomen
zoudt toekomenzou toegekomen zijn
zoudt toegekomen zijngij (ge) zoudt toekomen zoudt toegekomen zijn hij
zij (ze)
hetzou toekomen zou toegekomen zijn wij (we) zouden toekomen zouden toegekomen zijn jullie zij (ze) conjunctief taal tegenwoordige tijd verleden tijd enkelvoud kome toe kwame toe meervoud komen toe kwamen toe imperatief jij (je) kom toe jullie kom toe
- składnia:
- synonimy:
- (1.1) behoren, toebehoren
- (1.2) sturen, zenden
- (1.3) aankomen
- antonimy:
- hiperonimy:
- hiponimy:
- holonimy:
- meronimy:
- wyrazy pokrewne:
- rzecz. toekomst ż
- przym. toekomstig
- związki frazeologiczne:
- etymologia:
- uwagi:
- źródła: