aaien
Wygląd
aaien (język niderlandzki)
[edytuj]- znaczenia:
czasownik słaby, przechodni
- odmiana:
- (1.1) aaien (aait), aaide, heeft geaaid
deelwoord onvoltooid aaiend voltooid geaaid indicatief persoon onvoltooid voltooid tegenwoordige tijd ik aai heb geaaid jij (je) aait hebt geaaid u aait hebt geaaid gij (ge) aait hebt geaaid hij
zij (ze)
hetaait heeft geaaid wij (we) aaien hebben geaaid jullie zij (ze) verleden tijd ik aaide had geaaid jij (je) u gij (ge) hadt geaaid hij
zij (ze)
hethad geaaid wij (we) aaiden hadden geaaid jullie zij (ze) tegenwoordige
toekomende tijdik zal aaien zal geaaid hebben jij (je) zal aaien
zult aaienzal geaaid hebben
zult geaaid hebbenu zal aaien
zult aaienzal geaaid hebben
zult geaaid hebbengij (ge) zult aaien zult geaaid hebben hij
zij (ze)
hetzal aaien zal geaaid hebben wij (we) zullen aaien zullen geaaid hebben jullie zij (ze) verleden
toekomende tijdik zou aaien zou geaaid hebben jij (je) zou aaien
zult aaienzou geaaid hebben u zou aaien
zoudt aaienzou geaaid hebben
zoudt geaaid hebbengij (ge) zoudt aaien zoudt geaaid hebben hij
zij (ze)
hetzou aaien zou geaaid hebben wij (we) zouden aaien zouden geaaid hebben jullie zij (ze) conjunctief taal tegenwoordige tijd verleden tijd enkelvoud aaie aaide meervoud aaien aaiden imperatief jij (je) aai jullie aai
- przykłady:
- (1.1) Kan ik je kat aaien? → Czy mogę pogłaskać twojego kota?
- (1.1) Aai geen huisdieren zonder toestemming van de eigenaar. → Nie głaskaj zwierząt domowych bez pozwolenia właściciela.
- składnia:
- synonimy:
- (1.1) strelen
- antonimy:
- hiperonimy:
- hiponimy:
- holonimy:
- meronimy:
- wyrazy pokrewne:
- związki frazeologiczne:
- iemand over zijn bol aaien
- etymologia:
- uwagi:
- źródła: